Het woord is eigenlijk een pleonasme. Boter wordt namelijk altijd van room gemaakt anders mag het geen boter heten. Boter moet minimaal 82% vet bevatten, anders mag het ook geen boter genoemd worden.
Boter wordt gemaakt door het afromen van melk (vet is lichter als water, dus het vet komt bovendrijven en kan worden afgeschept). Daarna wordt het gekarnd. Hieruit ontstaat boter en karnemelk. Door beide processen zit in boter nog maar weinig lactose (niet 0), dus mensen die overgevoelig zijn voor lactose kunnen over het algemeen wel roomboter verdragen.
Het vet is voor het grootste deel verzadigd, dat wil zeggen dat het bij kamertemperatuur vast is. Deze vetten zijn makkelijk verteerbaar en kunnen een gunstige werking op de darmen. Boter bevat ook 2-3% transvetzuren. Maar dit zijn dierlijke transvetzuren, waarvan men tegenwoordig aanneemt dat die minder slecht zijn (of juist goed zijn) voor de gezondheid dan plantaardige transvetzuren.
Boter is en blijft een natuurproduct, hierdoor kan ons lichaam het beter herkennen en verwerken dan bijvoorbeeld de halvarines en margarines (wat chemische producten zijn).
De kwaliteit van de voeding van de koe bepaald de kwaliteit van de boter, dus boter van een graskoe is beter dan van een koe die altijd binnen staat.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *